Duurzaamheid
Het openbaar vervoer speelt een cruciale rol in de transitie naar meer duurzame mobiliteit. Bussen, trams en metro’s zijn per reiziger energiezuinig en ruimte-efficiënt, wat leidt tot reizen met een lage ecologische voetafdruk en minimale CO₂-uitstoot.
CO₂ voetafdruk
Sinds 2021 wordt de CO₂-uitstoot van de RET bijgehouden via meterstanden en tankinstallaties en omgerekend naar kilogram ton CO₂*. 2021 geldt daarom als basisjaar. Ten opzichte van het basisjaar is er in 2025 een reductie van 89% in kilogram ton CO₂ gerealiseerd, ten opzichte van 2024 is dit een verbetering van 2,4%.
*op basis van erkende berekeningen verstrekt door CO₂-emissiefactoren
In onderstaande tabel is het verbruik van gas, diesel, benzine, elektra, warmte en zakelijke kilometers over de verschillende modaliteiten en gebouwen van de RET omgerekend naar CO₂-uitstoot in kilogram ton, met het jaar 2021 als basisjaar.
Jaar | Type | Gas | Diesel | Benzine | Elektra gebouwen | Elektra voertuigen | Warmte | Zakenreizen** |
2021* | liter/kWh/m3/GJ | 1.057.177 | 3.873.430 | 13.362 | 6.997.605 | 133.801.813 | 3.659 | 2.072.697 |
| CO2 in KG ton | 1.991,70 | 12.635,10 | 37,2 | 3.890,70 | 74.373,80 | 131,6 | 164,6 |
2022 | liter/kWh/m3/GJ | 846.753 | 3.264.115 | 13.398 | 7.550.817 | 127.631.361 | 3.247 | 2.667.302 |
| CO2 in KG ton | 1.765,50 | 10.647,50 | 37,3 | 3.949,10 | 66.751,20 | 87,1 | 233,4 |
2023 | liter/kWh/m3/GJ | 669.576 | 2.628.713 | 8.499 | 6.840.636 | 129.786.290 | 2.707 | 3.284.639 |
| CO2 in KG ton | 1.392,00 | 8.559,10 | 45,8 | 3.054,80 | 59.128,70 | 68 | 298,3 |
2024 | liter/kWh/m3/GJ | 593.652 | 2.662.379 | 18.001 | 6.581.214 | 131.498.936 | 2.485 | 3.670.661 |
| CO2 in KG ton | 1.266,90 | 8.668,70 | 50,8 | 0 | 0,8 | 62,2 | 320 |
2025 | liter/kWh/m3/GJ | 598.005 | 2.536.074 | 16.033 | 5.937.914 | 134.224.075 | 2.433 | 3.933.256 |
| CO2 in KG ton | 1.276,10 | 8.779,90 | 49 | 0 | 0 | 9,4 | 121,3 |
*) Let op: betreft een Covid jaar.
**) Incl. woon-werkreizen met OV
De CO₂-uitstoot van de RET kunnen we onderverdelen in 3 onderdelen, de scope 1, 2 en 3 emissies.
Scope 1 – Directe uitstoot (98%)
De CO₂-uitstoot in scope 1 is 0,4% toegenomen ten opzichte van 2024 door een minimale toename in het aantal gereden kilometers op fossiele brandstof. Ondanks de toename is er ten opzichte van het basisjaar een reductie van 32% behaald dankzij de inzet van zero-emissie en hybride bussen en elektrische dienstvoertuigen. De totale scope 1-emissie is 9.989,9 kg ton CO₂.
Scope 2 – Indirecte uitstoot (0,1%)
Ook in 2025 heeft de RET gebruik gemaakt van 100% groene stroom. Door verdere verduurzaming in de warmtelevering is de CO₂-emissie per GJ verlaagd. De totale scope 2-emissies voor 2025 zijn 12 kg ton CO₂. Ten opzichte van het basisjaar een reductie van meer dan 99%. Ten opzichte van 2024 een reductie van 81%.
Scope 3 – Indirecte uitstoot door andere bedrijven (1,9%%)
Zakelijk vervoer en vliegreizen door RET-personeel veroorzaakten in 2025 een uitstoot van 121,3 kg ton CO₂. Dit is een reductie ten opzichte van 2024 van ruim 50%, ondanks een vergelijkbaar aantal gereisde kilometers. De reductie wordt veroorzaakt door de verdere verduurzaming van de OV-sector (lagere CO₂/km). Overige scope 3-emissies zijn niet volledig in beeld. Verder onderzoek, nieuw beleid en samenwerking in de keten zijn hiervoor nodig.
Zonnestroomopwekking
Ondanks dat er in 2025 geen nieuwe locaties zijn voorzien van zonnepanelen is de opwek van eigen energie met 13% toegenomen tot +/- 750.000 kWh. Dit staat gelijk aan het jaarlijks verbruik van zo’n 3.600 huishoudens (3.000 kWh p/j). Dit is vooral toe te rekenen aan meer zonuren in 2025 ten opzichte van 2024.
Convenant Circulair OV
Met het ondertekenen van het Convenant Circulair Openbaar Vervoer 2025–2035 gaat de RET samenwerken met de sector in de transitie naar circulair OV. Het convenant legt afspraken vast tussen Rijk, decentrale overheden, ProRail en OV-bedrijven, waaronder de RET, om het gebruik van primaire grondstoffen te verminderen, hergebruik te stimuleren en materialen zo te ontwerpen dat ze langer meegaan.
Voor de RET betekent dit dat circulariteit stap voor stap wordt geïntegreerd in ontwerp, inkoop, beheer en onderhoud van materieel, infrastructuur en bedrijfsvoering. Door samen te werken met andere vervoerders en overheden kan de RET sneller innoveren en schaalvoordelen benutten. Het convenant ondersteunt de RET in haar doel om te voldoen aan toekomstige wet- en regelgeving op het gebied van circulariteit.
Op het gebied van het verwerken van oude kleding heeft de RET al goede stappen gezet. Zo is er in 2025 ongeveer 3.000 kilogram aan oude exploitatiekleding ingezameld en duurzaam verwerkt tot isolatiemateriaal en verhuisdekens.
Tweede OV-energiebank en tweede bouwaansluiting
In 2024 nam de RET de eerste OV-energiebank van Nederland in gebruik. Eind 2025 is de tweede OV-energiebank gerealiseerd, deze is geplaatst op de Noorderhelling. De OV-energiebank verbetert de betrouwbaarheid en kwaliteit van de tractie-energievoorziening, zodat de RET meer trams kan inzetten zonder dat een extra aansluiting nodig is op het elektriciteitsnet. Een energiebank helpt in de strijd tegen netcongestie.
Ook is er in 2025 een tweede bouwaansluiting gerealiseerd in Hoek van Holland. Dankzij deze aansluiting is het voor derden mogelijk om zero-emissie bouw- en onderhoudsmaterieel in te zetten bij de werkzaamheden aan de boulevard.
Tl-verlichting vervangen door LED
Het is een hele klus, alle metro's en trams voorzien van ledverlichting. Oude tl-buizen werden vervangen door duurzame ledlampen. De werkzaamheden die daarbij kwamen kijken, werden uitgevoerd door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dit is een samenwerking tussen Rotterdam Inclusief, een werkontwikkelbedrijf van de gemeente Rotterdam dat zich richt op het ondersteunen van Rotterdammers die hulp nodig hebben om werk te vinden of te behouden, Lumeco (het verlichtingsbedrijf) en de RET. Alle 166 metro's en 122 trams zijn voorzien van nieuwe verlichting. Wouter Plomp, directeur van Lumeco: "De medewerkers van Rotterdam Inclusief werken onder begeleiding van een ervaren monteur, zo leren zij van elkaar. Het geeft veel voldoening om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt weer aan het werk te krijgen.”