Financiële ontwikkelingen

Resultaat 2019

Het jaar 2019 is afgesloten met een positief resultaat na belastingen van € 5,8 miljoen. Dit is hoger dan het begrote resultaat van € 5,2 miljoen. Het hoger dan begrote resultaat wordt met name veroorzaakt door hogere opbrengsten van de Hoekse Lijn. Deze is in het vierde kwartaal van 2019 gaan rijden en de opbrengsten kaartverkoop hiervan zijn € 0,7 miljoen hoger dan vooraf begroot. Het jaar 2019 was ons derde volle jaar van de nieuwe railconcessie. Dit was tevens het laatste jaar waarin vooraf afspraken met de MRDH waren gemaakt. In 2019 heeft een herijking plaatsgevonden met de MRDH die vanaf 2020 geldt.

De groei van het aantal instappers en de reizigerskilometers heeft voor een positief effect op onze bedrijfsopbrengsten gezorgd. De groei was dusdanig van aard, dat we een extra bedrag aan onze opdrachtgever afdragen, omdat de reizigersgroei voor de RET (exclusief Hoekse Lijn) in financiële zin is gemaximeerd. Als gevolg hiervan draagt de RET in 2019 een additioneel bedrag van € 1,5 miljoen af. Deze groei in reizigerskilometers is gerealiseerd met grotendeels hetzelfde aantal dienstregelingsuren. Voor goede prestaties op het gebied van klanttevredenheid, punctualiteit en de beschikbaarheid van onze infrastructuur zijn wederom bonussen ontvangen. Voor de onvermijdbare kosten die de RET heeft gemaakt door de vertraging van de Hoekse Lijn tot en met het derde kwartaal, is een claim opgenomen onder de overige opbrengsten.

Het hogere gemiddelde ziekteverzuim van 8,3% in 2019 (2018: 7,9%) heeft tot gevolg dat we in de exploitatie extra kosten hebben gemaakt voor de inhuur van medewerkers om de dienstregeling te kunnen uitvoeren. Ook zijn de kosten van pensioenpremies hoger dan de indexaties, waardoor het resultaat negatief is beïnvloed.

Op 8 december 2019 is de nieuwe busconcessie van start gegaan voor een periode van 15 jaar.

De rentebaten en -lasten zijn lager dan voorgaand jaar, voornamelijk doordat de saldi van de rekeningen-courant waarop rente wordt berekend gemiddeld een lager saldo kenden in combinatie met een daling van de rentevoet.

Een claim bij onze deelneming RMC B.V. heeft geleid tot een afwaardering van onze deelneming. Dit  zorgt ervoor dat het aandeel in het resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen voor € 2,7 miljoen negatief bijdraagt aan ons netto resultaat.

Balansontwikkelingen

Het balanstotaal is licht gedaald in vergelijking met het voorgaand jaar. Binnen de vaste activa is een toename zichtbaar bij de bedrijfsgebouwen en terreinen en rollend materieel. De toename van bedrijfsgebouwen en terreinen wordt met name veroorzaakt door de activering van onze locatie aan de Kleiweg. Deze was vorig jaar onder vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering opgenomen. De toename van het rollend materieel betreft de aanschaf van nieuwe bussen ten behoeve van de nieuwe busconcessie. In 2019 en 2020 worden veertig dieselbussen, 103 hybride bussen en 55 elektrische bussen geleverd en geactiveerd. Ultimo 2019 rijden er 94 nieuwe bussen in de dienstregeling van de nieuwe busconcessie (18 dieselbussen, 21 hybride bussen en 55 elektrische bussen). In 2020 zal het resterend aantal bussen worden geactiveerd zodra deze zijn geleverd en in de dienstregeling zijn opgenomen.

Hier tegenover staat een afname van de vlottende activa. Deze afname wordt grotendeels veroorzaakt door lagere financieringsstanden onderhanden projecten. Daarnaast zijn de rekening-courant posities met RET Infrastructuur B.V. en RET Railgebonden Voertuigen B.V. lager.

Aan de creditzijde van de balans zit de belangrijkste verandering in de afname van de kortlopende schulden. Deze afname wordt veroorzaakt door minder voorfinanciering op de onderhanden projecten.

Per saldo is het werkkapitaal exclusief liquide middelen gedaald met name als gevolg van de aanschaf van de nieuwe bussen per jaareinde. De kasstroom uit operationele activiteiten is positief. Hier tegenover staan negatieve kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten. Per saldo is er sprake van een lichte afname van de liquide middelen.

Het eigen vermogen en de solvabiliteit nemen af ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door onder andere een dividenduitkering aan de gemeente Rotterdam.

Overig

Met ingang van 2016 is de vennootschap belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Op 26 augustus 2019 is een vaststellingsovereenkomst gesloten met de Belastingdienst over de wijze waarop het fiscale resultaat van de vennootschappen wordt bepaald. De hieruit te berekenen acute belastinglast is verwerkt in de jaarrekening. Binnen het kader van de gemaakte afspraken bestaan geen verschillen tussen de fiscale en boekhoudkundige waardering van activa en passiva. Hierdoor is geen sprake van fiscale latenties.