Vooruitblik 2019

Nadat 2017 het eerste jaar van de uitvoering van onze nieuwe railconcessie 2016-2026 was, zullen we, samen met onze opdrachtgever, ons moeten richten op de verdere uitvoering van de nieuwe concessie. In 2019 zullen tevens de gesprekken over (financiële) herijking van de periode 2020-2022 voor de railconcessie worden gevoerd.

In de in het verslagjaar aan RET gegunde busconcessie 2019-2034 is de transitie naar 100% zero-emissiebussen opgenomen. In voorbereiding op de start van de busconcessie in december 2019, zal een belangrijk deel van 2019 in het kader staan van de eerste significante investeringen in en financiering van zero-emissiebussen en de bijbehorende laadinfrastructuur en de operationele inrichting van de concessie. Hiermee is een bedrag van meer dan € 100 miljoen gemoeid. In de besluitvorming omtrent investering en financiering is een belangrijke rol weggelegd voor onze opdrachtgever.

Door de vertraging in de ombouw van de Hoekse Lijn staat een deel van 2019 nog in het teken van de ombouw en het vervangende busvervoer, met als uiteindelijk doel om in 2019 te kunnen starten met de exploitatie van de Hoekse Lijn.

Het verhogen van de duurzame inzetbaarheid en het omlaag brengen van het ziekteverzuim is en blijft onverminderd de grootste uitdaging voor 2019. Er worden geen grote veranderingen in het personeelsbestand verwacht, doordat al eerder is geanticipeerd op de start van de Hoekse Lijn.

De RET blijft alleen of samen met andere partijen, zoals MRDH, actief betrokken bij of initiatiefnemer van een aantal onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten. Dat betreft onder andere capaciteitsvergroting van de bestaande metro, experimenten met hybride bussen en waterstofbussen en nieuwe betaalsystemen als opvolger van de OV-chipkaart. In het kader van de nieuwe busconcessie wordt onderzoek gedaan naar het gebruik van elektrische bussen en de bijbehorende infrastructuur zodat Rotterdam in 2030 volledig zero-emissie openbaar vervoer heeft. Verder blijft de ontwikkeling van het mobiliteitslandschap in zowel Rotterdams als breder verband van toepassing.

Er zijn geen omstandigheden of bijzondere gebeurtenissen waarmee in de jaarrekening of de toekomstverwachtingen rekening hoeft te worden gehouden.