Belangrijke ontwikkelingen in 2017

Om meerdere redenen was 2017 een bewogen jaar voor de RvC. In de eerste plaats door het overlijden van een van haar leden (de heer B. Keijts). Hij was een deskundig en betrokken  commissaris. Daarnaast was het vertrek per 1 juni 2017 van de heer P. Peters, na een dienstverband van 12 jaar als directeur van de RET, een bijzondere gebeurtenis. In de maanden daarvoor had de Raad de werving- en selectieprocedure voor een nieuwe directeur succesvol afgerond. De reacties op de voordracht van de heer M. Unck als nieuwe algemeen directeur waren unaniem positief. Sinds 1 juni van dit jaar heeft hij de leiding over het bedrijf overgenomen. Tenslotte is een van de leden van de Raad (de heer Voormeulen) aan het einde van zijn periode afgetreden. Hij is per 1 juli  opgevolgd door mevr. K. Bax.

De Raad heeft in het verslagjaar zes keer vergaderd. Vier keer per jaar wordt de kwartaal-rapportage besproken. De directie doet daarin uitgebreid en transparant verslag over de inkomsten en uitgaven van de verschillende bedrijfsonderdelen, maar ook over de performance van het bedrijf en de belangrijkste KPI's (zoals vervoeromvang, productiviteit, ziekteverzuim e.d.) wordt gerapporteerd. Daarnaast heeft de Raad de jaarrekening over 2016 en de begroting voor 2018 vastgesteld. Zoals gebruikelijk, is de begroting gebaseerd op de resultaten van het derde kwartaal van het voorafgaande jaar, teneinde zo actueel mogelijk te zijn. 

Het belangrijkste inhoudelijke dossier in het verslagjaar was de nieuwe busconcessie (2019-2034). Hierover heeft de Raad een aantal keer indringend gesproken. Het vooraf door MRDH gedefinieerde financiële kader was krap, en bovendien dient voor het jaar 2030 de hele busvloot van RET vervangen te worden door zero-emissie bussen. De Raad heeft het hele onderhandelingsproces met MRDH op de voet gevolgd en de directie mandaat gegeven voor een biedingstrategie en voor een vraagprijs. Uiteindelijk is het de bestuurders van MRDH en de directie van RET gelukt over de bieding voor de busconcessie overeenstemming te bereiken. Op 17 mei 2017 heeft de Bestuurscommissie van MRDH besloten tot een hoofdlijnenovereenkomst om de busconcessie bij RET te gaan inbesteden voor een periode van 15 jaar. Voor de ruim 600 bij de bus betrokken medewerkers betekent dit voor een lange periode werkzekerheid en voor het bedrijf is het een prachtige kans om de transitie naar duurzaam busvervoer vorm te geven. 

De Raad spreekt hierbij haar waardering uit voor de grote inzet vanuit de directie van de RET om dit voor het bedrijf cruciale contract binnen te halen.

Een tweede belangrijk dossier dat in 2017 regelmatig in de vergaderingen van de Raad is besproken, betreft de ombouw van de Hoekse lijn. Al tijdens de buitendienststelling in de zomer van 2017 werd duidelijk dat het Projectbureau Hoekse Lijn er niet in zou slagen alle noodzakelijke werkzaamheden op tijd af te hebben. De RET is niet verantwoordelijk voor dit project, maar onder regie van de gemeente wel belast met onder andere het vernieuwen van de vloot en de beveiliging. Als uitvoerder van het vervangend vervoer zijn wij ook nauw betrokken bij het project en als toekomstig exploitant hebben we groot belang bij een zo spoedig mogelijke oplevering van de infrastructuur.
Inmiddels is de oplevering van het project twee keer uitgesteld. Als gevolg van dit uitstel treden aanzienlijke meerkosten op, waarover MRDH en de gemeente Rotterdam in gesprek zijn. De RET is daar als adviseur bij betrokken. Over de vertraging en de mogelijke meerkosten is de Raad regelmatig geïnformeerd door de directeur Techniek en de algemeen directeur van RET. 

Andere dossiers die de Raad dit jaar besproken heeft, betreffen onder andere:

  • Het verzuimbeleid bij RET. Over de aanpak van het hoge ziekteverzuim bij het bedrijf heeft de Raad zich uitgebreid laten informeren door de manager P&O. Daarbij is ook ingegaan op de situatie bij andere OV-bedrijven.
  • Naar aanleiding van het laatste medewerkerstevredenheidonderzoek (MTO) is samen met de ondernemingsraad een ’rode draad’ opgesteld. Dit gaan de speerpunten worden voor de vervolgacties in de komende jaren. De Raad heeft zich hierover laten informeren.
  • In aanwezigheid van de manager ICT is het RET-beleid Security en Privacy behandeld. Het toenemende belang en de complexiteit daarvan is besproken, evenals de wetgeving op dit punt. Tevens is een houtskoolschets voor de toekomstige positionering van ICT bij RET besproken.
  • De voorgenomen reorganisatie van het Ingenieursbureau van RET, waar als gevolg van de bezuinigingen die MRDH heeft doorgevoerd bij het Beheer&Onderhoud van de Rail-infrastructuur in de komende jaren minder werk is. Hierdoor zullen meerdere FTE op deze afdeling verdwijnen. Binnen de kaders van het sociaal statuut zullen in of extern oplossingen voor deze medewerkers gezocht worden.
  • De lobby-activiteiten die RET, samen met de andere publieke vervoerbedrijven, maar ook in breder verband met de zogeheten Mobiliteitsalliantie gevoerd heeft, om meer geld te krijgen voor investeringen om de bereikbaarheid te kunnen verbeteren. Bij de kabinetsformatie heeft dit geresulteerd in een beperkte uitbreiding van het OV-budget (met € 800 mio). Samen met de betrokken Kaderwetgebieden worden deze inspanningen nu voortgezet, met name om te bezien in hoeverre cofinanciering voor light rail projecten mogelijk is.   
  • Tenslotte heeft de Raad aandacht besteed aan de nieuwe corporate governance code. Op grond van een uitgebreide analyse daarvan is geconstateerd dat – voor zover relevant - de RET op de meeste punten voldoet aan de Code. Maar een aantal best practice bepalingen zal RET alsnog gaan doorvoeren. Voor een deel is dat inmiddels gebeurd, omdat het Reglement van de RvC per 30 november op een aantal punten gewijzigd is (bijvoorbeeld de benoemingstermijn van de leden van de RvC). Andere wijzigingen hebben hun weerslag gekregen in de verslaglegging van RET, te beginnen in dit jaarverslag.

De RvC wil graag zijn waardering uitspreken over de inzet van het RET-personeel, dat zich het afgelopen jaar wederom heeft ingespannen om de dienstverlening aan de reizigers verder te verbeteren. Zoals blijkt uit de OV-klantenbarometer krijgen alle bedrijfsonderdelen daarvoor jaarlijks steeds hogere rapportcijfers.

Ten slotte spreekt de RvC zijn waardering en dank uit aan de directie voor haar functioneren en haar bijdrage aan het resultaat van de onderneming.

Een bijzonder woord van dank gaat uit naar de heer P. Peters, die de afgelopen 12 jaar het bedrijf geleid heeft, en in die periode de transformatie heeft gerealiseerd van een weinig efficiënte, ambtelijke dienst naar een goed presterende, marktconforme onderneming. De RET-medewerkers zijn trots op hun bedrijf, en nog belangrijker; jaarlijks groeit het aantal reizigers en die klanten zijn bovendien heel tevreden over de geboden dienstverlening. De RET behoort nu tot toonaangevende OV-bedrijven in Nederland. Bij zijn afscheid op 1 juni jl. heeft de heer Peters uit handen van burgemeester A. Aboutaleb dan ook een koninklijke onderscheiding gekregen voor de bijzondere wijze waarop hij zijn functie heeft ingevuld.